WAAR WOONDEN DE LENSINK's EN WAAR KWAMEN ZE VANDAAN?

 Geert LENSINK (den ESTIJZER), bouwman op het erve Lensink in IJzerlo, geboren 1595 te Bredevoort, overleden op 29-09-1668. Overlijdensdatum 29 september 1668 of 5 februari 1671.
Van het erve Lensink in Ijzerlo vermeldt het Verpondingscohier (d.i. een belasting register) in 1648 dat Geert Lensink daar bouwman was. Het erve Lensink is een half erf en het ligt in het buurtschap Ijzerlo alias Estijzer (niet te verwarren met een goed Lensink in de buurtschap Lintelo, waarvan een eerste vermelding in 1425 bekend is wanneer Johan Lensink ermee beleend wordt.

Ten tijde van Geert Lensink woont in Lintelo Lambert Lensink. Later verdwijnt deze Lintelose Lensink.
Omstreeks de aanvang van de oudste generatie van deze stamreeks, "gehort" het in 1618 de heer van Anholt

In 1648 is het eigendom van de rentmeester Johan van Haghen en omvat het , "huis en hof groot twee spint gesaeij, bouwt op die derde garve, heeft als bouwlant 6 1/2 molder gesaeij ... met een rije eicken boomen om te huijs (rijks archief Gelderland, Arnhem, archief Staten van Zutphen, inv. 304, fol 30 en 30 vo. Verpondingscohier Heerlijkheid Bredevoort, 1648). Omgerekend is het bouwland ca. 3,7 hectare groot

In 1381 werd door de heer van Anholt genoteerd dat hij jaarlijks 13 schepel rogge en de smalle tiend uit Lensync ontving. De boerderij was een leengoed van de heer van Anholt, die in 1402 Johan te Rule ermee beleende, die in 1425 Johan Lensinck werd genoemd, of door deze werd opgevolgd. In 1464 nam Ebbert Lensynck als nieuwe leenman 60 gulden op, waarvoor hij als rente 6 mud rogge per jaar zou geven. In 1505 droeg Griete ten Ruell, die getrouwd was met Willem Schut, de boerderij, zoals door haar gerfd van haar broeder Elbert Lensinck, op aan de heer van Anholt. Deze zou haar levenslang 5 mud rogge per jaar uitkeren en na haar dood aan haar man nog twee jaar lang. De rogge zelf zou komen uit het goed Eskink. Nog in 1618 behoorde de boerderij aan de heer van Anholt. Er behoorde toen 6 molder bouwland, 3 dag maaien aan groenland en twee voer hooiland bij. In 1647 blijkt de heer van Anholt de boerderij verkocht te hebben aan de rentmeester Jan van Haegen.

15 september 1482 (des sondaichs post Exaltacionis sancte Crucis) Johan, heer van Wyssch, aan de stad Zutphen. Verzoek om zijn onderzaat Derick Lensinck goed recht te doen wedervaren in Zutphen, wegens het geschil van Derick met Evert Voirspreeck, burger van Zutphen, betreffende een aantal varkens die Derick voor Evert zou vetmesten, doch die hem door de Cleeffsen zijn ontnomen <Oorspr.inv.no.210>

Peter Lensink